HET BEWEGINGSAPPARAAT Written on November 18, 2009, by erikwieffering.

een lesje anatomie over de botten die we vinden in het menselijk lichaam.

Het lichaam bestaat uit een kapstok constructie van 200 botten.

Botten zorgen ervoor dat:

Been/bot wordt opgebouwd uit

Jeugdigen hebben naar verhouding meer organische stoffen in de beenderen waardoor deze buigzamer zijn en minder snel breken.

Op oudere leeftijd verandert de verhouding waarbij opvalt dat vooral vrouwen na de overgang een versnelde vermindering van organische stoffen (osteoporose) hebben waardoor de beenderen sneller breken.

De beencellen liggen in kleine ruimtes in de tussencelstof en zijn onderling met elkaar verbonden dmv haardunne kanaaltjes.

De botten van de onderste ledenmaten (benen) zijn sterker dan die van de bovenste ledenmaten (armen). Ze zijn ook dikker.

Deze botten hebben ook een schacht (diafyse) welke is gevuld met geel beenmerg.

Aan nhet uiteinde van de pijpbeenderen vinden we epifysen. Deze zorgde voor de lengte groei van het bot en zijn bij het uitgroeien uitgehard. Ze zijn veel compacter en massief.

Botstructuur

We kennen:

Dit is bot wat opener van structuur is en dmv botbalkjes de boel bijeen houdt.

Compacte (os compacta)

Dit is aaneengesloten bot zonder holten

Lange pijpbeenderen bestaan uit een cilinder van spongiosa waaromheen een laag compacta zit. Deze botten kunnen iets doorbuigen en daardoor schokken opvangen. Bij te sterke buiging scheurt het compacta en kan het bot zelfs geheel doorbreken (fractuur).

Botten zijn opgebouwd uit botplaatjes (lamellen) die dicht tegen elkaar aan liggen in cirkels. De daardoor ontstane kanaaltjes (vertikaal) zijn de kanaaltejes van Havers in de kanaaltjes van Havers vindne we de bloedvaatjes en zenuwen.

Tussen de kanaaltjes van Havers zijn ook weer kleine kanaaltjes. Deze heten de kanaaltjes van Volkmann (horizontaal).

Botten vormen zich vanuit kraakbeen (cartilago) behalve de schedelbeenderen. Deze worden uit bindweefsel gevormd!

Het vormen van bot ut kraakbveen wordt enchondrale verbening genoemd en is een zeer ingewikkeld proces. De beenkernen in de schacht en de beenkernen ana het uiteinde van het bot groeien als het ware naar elkaar toe en verbenen hierdoor.

Op de plaats waar deze verbening plaats vind vinden we de epifysaiore schijven. De kraakbeencellen in de epifysaire schijf vermeerderen zich heel sterk en gana in rijen liggen waardoor het bot in lengte groeit. Wanneer iemand zijn botten niet meer in de lengte hoeven te groeien verbenen deze epyfisaire schijven ook (groeipijnen vinden plaats wanneer deze verbening plaats vind).

Om het bot heen ligt het periost (beenvlies) wat uit bindweefsel bestaat, zorgt ervoor dat het been in de breedte groeit waardoor het bot dikker wordt.

Dit proces  blijft het hele leven doorgaan.

Er is iets heel vreemds aan de hand. Wanneer iemand is uitgegroeid wordne de beencellen inactief. Zodra er echter een trauma plaats vind (bijv. Een botbreuk) dan worden deze botcellen plots weer actief en gana ze een samenwerking ana met het p[eriost om nieuwe beenmassa aan te maken. Hierdoor wordt de uiteinde van de breuk omhulty en ontstaat een callus.

Kraakbeen

Bevat GEEN bloedvaten en wordt gevormd doordat kraakbeenvlies (perichondrium) nieuw kraakbeen vormt tegen de buitenkant van de bestaande kraakbeenlaag.

De tussenstof van kraakbeen is veerkrachtig en matdoorschijnend. En is gevormd door chondrine (kraakbeenlijm).

Kraakbeen heeft een steunende functie. Is gemakkelijk vervormbaar en elastisch en is een goede aanhechting tusen spieren en beenderen.

Botuiteinden zijn vaak met gewrichtskraakbeen bekleed. Dara dient het als schokbreker.

Kraakben dat beschadigd raakt geneest slecht omdat het niet doorbloed is.

Meestal moet er chirurchisch worden ingegrepen.

Er zijn verschillende soorten avn kraakbeen:

Hyalien (glasachtig) wat blauw van kleur is en veel bindweefselveelfs bevat. Het geraamte van en ongeboren kind bestata hieruit. Ook in de gewrichtsvlakken vind je dit hyaliene.

Het neustussenschot, de luchtpijp ringen en de verbinding tussen ribben en borstbeen bestaan uit hyaliene.

Elastisch kraakbeen bevat veel elastische vezels en is daardoor gelig van kleur. Het strotteklepje en de oorschelpen bevatten elastische kraakbeen.

Vezelig kraakbeen bevat bindweefselvezels en v ormt de verbinding tussne de schaambeenderen (os pubis).

Ook vind je het in de tussenwervelschijven.

VERBINDINGEN

We kennen verschillende verbindingen tussne botten:

GEWRICHT

Articulatio (soms junctura synovialis genoemd) zijn bewegelijke verbindingen tussen twee of meer botstukken waravan de uiteinden zijn bekleed met  kraakbeen (cartilago articularis)

De uiteinden hebben een bepaald profiel . het ene deel is mestal hol tewrijl het andere bol is. Deze passen zo in elkaar. Een gewrichtskapsel (capsula articularis) bestaande uit bindweefsel wat zeer veerkrachtig en trekvast is houd het gewricht bij elkaar.

Aan de binnekant van het capsula art. Ligt een dun celrijk vlies (synoviaal vlies) wat geelachtig is. In de gewrichtsholte bevind zich synoviaal vocht (gewrichtvloeistof).

Dit synoviaal vocht zorgt voor een goede doorsmering van het gewricht.

Om het gewricht heen liggen de ligamenten (gewrichtsbanden) en de spieren.

SLIJMBEURS

Er zijn plaatsen waar huid of bot over uitstekende botpunten heen moeten kunenn bewegen. Daar zijn de slijmbeursen (bursae synovialis). Deze zorgen voor een vermindering van wrijving tussen weke delen en bot en bestaan uit bindweefselzakjes waarin synoviaalvocht zit. De slijmbeursen staan in verbinding met de gewrichtholte.

MENISCUS

De knie is het gewricht dat het beste is gesmeerd em zelfs elf slijmbeursen kent.

In het kniegewricht vinden we ook nog wat extra banden, de kruisbanden.

Voorts bevinden zich in de gewrichtsholte twee uit bind- en kraakbeenweefsel opgebouwde halve maanvormige schijven; de menisci. Deze zorgen ervoor dat de gewrichtvlakken nog beter op elkaar passen.

Menisci vind je allen op plaatsen die extra zwaar belast kunnen worden.

Synoviale gewrichten in soorten:

Het meest eenvoudige gewricht bestaan uit twee botstukken (articulatio simplex) maar er zijn ook gewrichten die bestaan uit drie of nog meer botten (articulatio composita) of die meer kamers hebben (articulatio complexa).

Er zijn gewrichten die zeer bewegelijk zijn maar die door de strakke banden weinig beweging krijgen. Deze vinden we tussen de hand- en voetwortelbeentjes.

Een kogelgewricht vinden we in de heup en de schouder.  Dit zijn 3 assige gewrichten en die dus de mogelijkheid geven om naar drie kanten uit te wijken.

In de pols vinden we een eigewricht wat slechts 2 assig is. Een ander 2 assig gewricht is het zadelgewricht dat we vinden bij de duimbasis en de enkel. Een twee assig gewricht kant alle kanten opdraaien maar is minder mobiel dan een 3 assig gewricht.

In de elleboog vinden we zowel een scharnier (opperarm met ulna) als een kogelgewricht (radius om ulna)  dit geeft extra mogelijkheden aan de onderarm ondanks dat beide 1 assige gewrichten zijn.

Kraakbeenverbindingen

Junctura cartilaginea (Kraakbeenverbindingen) zijn over het algemeen erg beweeglijk en sterk. We vinden deze verbindingen oa tussen de ruggenwervels, maar ook bij de overgang tussen ribben en borstbeen en tussen de beide schaambeenderen (os pubis) beide laatste zijn zeer stevig maar minder beweeglijke verbindingsvormen met kraakbeen.

Bindweefselverbindingen

Vliesverbindingen (syndesmosis) geven ene minimale bewegelijkheid. Je vind de syndesmosis tussen tand en tandkas

Naadverbindingen (sutura) is onbewegelijk waarbij botstukken aan elkaar vergroeid zijn en een gekartelde rand zichbaar blijft we vinden deze bij de fontanel en andere schedel en gezichtsbeenderen.

HET SKELET

Wervelkolom

7 halswervels

12 bortswervels

5 lendewervels

5 heiligbeenwervels (vergroeid)

3 of 4 staartbeentjes

Tussen de wervels liggen tussenwervelschijven (discus intervertebralis). Deze zorgen dat de rug buigzaam maar tevens stevig is.

De wervel (vertebra) heeft een voorkant dat is gevormd door eht wervellichaam (corpus vertebrae).

Aan de achterzijde vinden we de wervelboog (arcus vertebrae)

In het midden bevind zich te wervelgat (foramen vertebrae)

De wervelboog lijkt ongelijk et zijn. Elke wervel heeft een doornuitsteeksle (processus spinosus)  welke naar achteren gerickt is.

Deze dient net als de zijuitsteeksles (processi transversi) voor de aanhechting van spieren en banden.

Er zijn ook vier gewrichtsuitsteeksels (processi articulares) zowel naar links en rechts als boven en beneden gericht.

Zo verbioden ze de boven en onderste wervels weer.

Van boven naar beneden loopt langs de wervel een aantal bindweefselbanden (ligamenti). Deze houden de wervels bij een en zorgen voro stevigheid.

Deze ligamenti zijn enigszins elastisch voor de bewegelijkheid avn de rug.

Tussen de wervels zijn aan de beide zijde openingen (fopramena intervertebralis waardoor de bloedvaten en zenuwen naar buiten lopen.

(hernia nucleus pulposi)

De Halswervels

De Borstwervels

De Lendewervels

Het Heiligbeen

Staartbeenwervels

De Ribben

De costae (ribben) vormen een panster en bescheremn de longen maar zorgen etvens voor aanhechting van de ademhalingsspieren.

Er zijn 12 paar costae die gebogen zijn en vrij plat.

De structuur is zacht en ze zijn via gewrichtjes aan de wervels verbonden.

Voro zijn ze ana het borstbeen verbonden.

costae, vertebrae thoraciles en sternum (borstbeen) vormen samen de borstkas (thorax).

De bovenste 7 paar zijn ware ribben en zijn middels kraakbeen stuk voor stuk aan het sternum verbonden.

Het 8ste, 9de en 10 paar zijn valse ribben. Ze zijn samen aan het kraakbeen van het 7de paar verbonden aan het sternum.

Het 11de en 12de paar ribben is niet verbonden aan het sternum en worden de zwevende ribben egnoemd.

Aan de onderzijde van iedere rib is een geultje wardoor een zenuw, een ader en een slagadertje loopt voor de bloedvoorziening.

Tussen de ribben zit een groot aantal spiertjes.

Het Borstbeen

Het Sternum maakt rode bloedlichaampjes aan. En is een plat beenstuk dta uit drie delen bestaat:

Manibrium (handbvat) dit is kort en breed en hefet plaats voro de aanhechting van beide sleutelbeenderen. En het eerste paar ribben.

Dan volgt het corpus (lichaam) dit is lang en smal en hier hechten de volgende 6 paar ware ribben aan.

Onderaan vinden we het processus xiphoideus 9zwaardvormig aanhangsel) dat soms alleen uit een driehoekig stukje kraakbeen bestaat en soms juist uit wat dikker bot.

Scapulazona (schoudergordel)

Dit is een verzameling van:

Achter op het scapula ligt een dikke richel (s[ina scapulae) die doorloopt in een verdikte kop (acromion).  Aan de zijkant avn het scapula bevind zich een kom; cavitas glenoidalis. Hierin logt de kop van het opperarmbeen./ aan de voorzijde van het scapula is een stomp uitsteeksel. Het ravenbekuitsteeksel (processus carocoideus). Waaraan ook were spieren aanhechten.

De schouder als gewricht is door deze samenstelling uitermate bewegelijk, maar kan helaas wel ontwrichten.

De Armen

Het opperarmbeen is de humerus welke een stevig pijpbeen is. Welke een kop heeft voor de schouder (caput humeri) en zo het schoudergewricht voltooit tot articulatio humeri.

Aan de onderkant vinden we een dwarsrol (trochlea) wwravan het kleine kopje (capitulum) in het ellebooggewricht past.

De onderarm bestaat uit de botstukken ulna en radius.

De ulna vormt met haar bothaak (olecranon hget andere deel van het ellebooggewricht.

De radius (spaakbeen) ligt aan de duimzijde deze vormt het grootste gewrichtsvlak voor de pols. En draait om de ulna heen. Tussen beide zit een fasci (peesvlies).

De Hand

De manus bestaat uit

8 handwortelbeentjes (ossa carpi)

5 middenhandsbeentjes (ossa metacarpali)

14 vingerkootjes (phalanges)

De ossa carpali zijn onrtegelmatig van vorm en hebben onderling gewrichtjes en vormen ook weer een gewricht met de radius (pols).

De vijf ossa metacarpi zijn korte pijpbeentjes net als de phalanges.

De kootjes zijn weer dmv gewrichtjes verbonden.

De vingers kunnen alleen op en neer egbogen worden terwijl de duim alle andere vingers kan aanraken. (Dr. S Hahnemanns dissertatie (in het Latijn) ging over het wonder van de hand).

Het Bekken

De Pelvis is een gordel die de verbinding vormt tussen romp en benen en bestata uit

2 heupbeenderen (ossa coxae) die an de voorzijde middels een symphysis (kraakbeenstukje tussen de beide schaambeendelen)  is verbonden. Breekt dit symphysis dan is het dragende vermogen van het lichaam verbroken.

Aan de achterzijde vormen de beide ossa coxae met het os sacrum ene nauwelijks beweegbara gewricht (articulatio sacro-illiacale.

De ossa coxae bestaan uit drie delen:

Os ilium (darmbeen)

Os pubis (schaambeen)

Os ischi (zitbeen)

Op de grens tussen os pubis en os ischi is een obturator foramen (heupgat).

Over de buitenkant waar pubis, ischi en ilium met elkaar vergroeid zijn is het acetabulum waarin de kop van het dijbeen valt.

Het bekken van de man en vrouw verschillen omdat de vrouw voor de baring meer ruimte nodig heeft.

Ook Japanners hebben een afwijkende heupbouw waardoor ze lagere standen langer kunnen maken (belangrijk voor Japanse krijgskunsten).

De Benen

Deze zijn stevig gebouwd en zijn minder bewegelijk dan de armen.

Het dijbeen (os femur)  heeft een kop welke in het acetabulum valt en zo het articulatio coxae vormt.

Aan het femur bevinden zich bovenaan enkele uitsteeksels. Trochanter major en trochanter minor die bedoeld zijn voor spieraanhechtingen.

Aan de onderzijde zijn twee knobbels condily die het kniegewricht (articulatio genus) vormen. Samen met het scheenbeen (tibia) en de knieschijf (patela).

Binnen in het art. Genus bevinden zich kniebanden de kruisbanden (ligamenta cruciata) en aan de buitenzijde de ligamenta collateralia. De patella is echter onderdeel van de pees van de vierkoppige beenstrekker (musculus quadriceps).

In het art. Genus vinden we de twee menisci.

Het onderbeen bestaat uit de fibula (kuitbeen) en tibia (scheenbeen). De tibia is in doorsnede driehoekig en vinden we aan de voorzijde van het onderbeen.. de tibia is onderzijde van het art genus. En aan de onderkant vormt de tibia de binnenenkel (malleolus medialis).

Het kuitbeen is vrij dun en loopt aan de buitenzijde van het onderbeen. Onderaan zit een kopje dat de buitenenkel vormt  (malleolus lateralis).

Samen met de talus (sprongbeen) en de 7 voetwortelbeentjes vormen de binenn en buiten enkel het enkelgewricht.

De Voet

De 7 voetwortelbeentjes (ossa tarsi), de 5 ossa metatarsalis en de 14 phalanges vormen de voet.

De 7 ossa tarsi vormen tesamen de voetwortel die naar ondern in d elengterichting hol gewelfd is. Het zijn vrij korte lompe botstukken die NIET in één vlak liggen. De bekendste ossa tarsi zijn de ossa calcaneus (hielbeen) en os talus (sprongbeen welke bij voroal oost afrikaanse volkeren nopgal anders is van vorm wardoor zij lange afstanden sneller kunnen afleggen).

De ossa tarsi zijn onderling met vele bandjes (ligamenti) verbonden.

De vijf ossa metatarsali zijn korte pijpbeentjes die in de breedte een welving hebben.

De tenen bevatten de phalanges. De grote teen is het belangrijkste voor stabiliteit bij lopen, maar is minder bewegelijk dan de duim.

De Schedelbeenderen

De hersenschedel (neurocranium) is de beschermer avn de hersenen. Binnen in bevind zich de schedelbasis waarop de hersenen rusten.

De schedelbasis bestaat uit het voorhoofdsbeen, twee wandebeenderen, het achterhoofdsbeen, twee slaapbeenderen het zeefbeen en het wigbeen.

Al deze zijn onderling onbewegelijk met elkaar verbonden door suturae (naden).

Het voorhoofdsbeen (os frontale) is plat en gebogen. De oogkassen (orbitae en de linker en rechter voorhoofdshuolte (sinus frontalis) zijn  hierin te vinden.

De ossa parietalia (wandbeenderen) vormen de zijkant van het schedeldak.

Het os occipitale (achterhoofdsbeen) is aan de onder en achterkant van het hoofd te vinden.

In het onderste deel is ook het achterhoofdsgat (foramen magnum) te vinden. Daar is de verbinding met de hersenholte. Aan beide zijde van het foramen magnum vinden we de achterhoofdsknobbels die samen met de atlas het gewricht vormen om ja te kinkken (eerste halsgewricht).

De ossa temporalia bestaan uit drie delen.

De schelp vormt de uitwendige gehooropening en de gewrichtskom voor de onderkaak.

Ook bevat het en uitsteeksel om zich te verbinden met het jukbeen 9processus zygomaticus). Aan de onder/achterzijde , achter de uitwendige gehoorhang vinden we het tepeluitsteeksel (processus mastoideus, welke enkele holte ebvat) waaraan de kaakspier aanhecht. Evenals een deel van de halsspieren.

Het os petrosum (rotsbeen) steekt naar binnen en is een deel van de schedelbasis. In het inwendighe van het os petrosum vindne we de gehoor en evenwichtsorganen.

Het os ethmoidale (zeefbeen) en os sphenoidale (wiggebeen liggen op d ebodem van de hersenholte.

Het os ethmoidale vormt samen met  het ploegschaarbeen het neustussenschot en is verbonmden met de neusschelpen.

Het os sphenoidale is vlindervormig en ligt middne in de schedelbasis. En verbind zo vele stkken schedelbot.

Een uitholling aan de bovenzijde (sella turcica) bevat de hypofyse.

De Kaken

Bovenkaak bestata uit twee delen ossa maxilla. En één onderkaak os mandibula.

De ossa maxilare zijn vergroeid. Er zitten tandkassen in. Aan de bovenzijde vormt de os maxillare de onderzijde van de oogkassen. En is ze vergroeid met de os nasale (neusbeenderen).  Aan de zijkant is de os maxillare vergroeid met de jukbeenderen (os zygomatica) links en rechts bevinden zich de kaakholten in het bot.

De os mandibulare lijkt op een hoefijzer en heeft links en rechts een kaakkopje (caput mandibulae die het kaakgewricht vormt samen met het os temporale.

Ook de onderkaak bevat tandkassen.

De jukbeenderen zijn verbonden met de os frontalis, os sphenoidale, os temporale, os maxibulare.

Ook de traanbeentjes (ossa lacrimalia) liggen in het kaakgebied. Hierdoor lopen de traankanaaltjes die eindigen in de buitenzijde van de oogkassen.

De ossa nasalia, de neusbeentjes, zijn ana de bovenzijde de neusbrug.

De gehemlete beenderen zijn vergroeit met de os maxibulare. En vormen zo het harde gehemlte (palatum durum). De tong bevat nog een eigen been, het tongbeen.

Read more from the Medisch, Science category. If you would like to leave a comment, click here: Comment. or stay up to date with this post via RSS, or you can Trackback from your site.
Social Bookmark : Technorati, Digg, de.licio.us, Yahoo, Blinkbits, Blogmarks, Google, Magnolia.

Leave a Comment

If you would like to make a comment, please fill out the form below.

Name (required)

Email (required)

Website

Comments

© Copyright Erik Wieffering - Powered by Wordpress